dinsdag 15 oktober 2013

Tarte tatin


Al een hele tijd wil ik graag een omgekeerde appeltaart bakken, een tarte tatin zoals dat heet.
De naam Tatin komt uit Frankrijk van een paar dames die veel van dit soort taarten bakten. En zij bakten heerlijke taarten en zo is de naam in de volksmond gekomen, en tegenwoordig is het gewoon een begrip.
Zo heb ik mij in ieder geval laten vertellen door Herman den Blijker.

Nou is de taart heel goed gelukt, en het is uiteindelijk veel makkelijker dan een gewone taart, want je hoeft niet zo precies het deeg te rollen en reepjes te maken enz.
Daardoor is het ook zo dat je veel minder deeg nodig hebt, en is het niet altijd zo dat het deeg juist het deel is wat niet slank is?

De foto van de taart is niet zo heel mooi gelukt, maar ik verzeker je dat je smaak heel veel goed maakt.


foto cbc.ca

En nou hadden we de pech een beetje dat het blik lek was, waardoor er lekkere vocht onderin de oven verdween, maar goed dat leerde me weer om dus bakpapier te gebruiken.

Wat heb je nodig:

Zandtaartdeeg

200 gram bloem
25 gram witte basterdsuiker
Snufje zout
125 gram margarine
1 ei
2 eetlepels koud water

Zeef de bloem boven een kom met de suiker en het zout. Voeg er  de blue band in stukken aan toe en mix het met de mixer met deeghaken. Roer er het ei door en kneed het met de hand tot een stevige bal, de margarine hoeft niet geheel verdeeld te zijn. Voeg tijdens het kneden geleidelijk het water toe.
Pak de deegbal in folie en leg het in de koelkast.
Zet de oven vast aan op 200 graden.



750 gram appels of peren
Bakblik van 24 cm doorsnee
60 gram kristalsuiker +60 gram suiker
Bakpapier
80 gram margarine in kleine stukjes

Schil de appels (of peren) snijd ze in vieren en verwijder het klokhuis. Vet de bakvorm  dik in met margarine en bestrooi de vorm met 60 Gr. Suiker. Leg het fruit dakpansgewijs en met de bolle kant naar onderen erin, of maak er kleinere stukjes van zoals afgebeeld op de foto hieronder. Strooi er nog eens 60 gram suiker over en verdeel de kleine stukjes margarine erover.



Leg de deegbal op een met bloem bestoven werkvlak en bestuif het deeg ook met wat bloem. Duw met de muis van je hand op de deegbal en druk tot er een vrij ronde plak ontstaat. Rol de plak met een deegroller verder uit tot je een ronde plak van 30 doorsnee hebt.
Bedek dan de appels ermee, en stop het deeg lekker tussen de randen tot je geen fruit meer ziet.

Bak de taart 40 minuten in het midden van de oven. Daarna nog 10 minuten op 250 graden om de suiker goed te laten karamelliseren. Als je hem uit de oven haalt is het handig om met een mesje direct de zijkant van de taart los te maken.